“ Wie kennis heeft van het verleden begrijpt het heden beter !!! “

NOODUITGANG.
©  Logo JoCas. Alle rechten voorbehouden. Historisch Museum JoCas: www.museumjocas.nl

 

 

          Ik heb een vraag ! >

Terug naar de basiszaal Landdieren

BASIS.

INSECTEN -4-(slot)

(Geleedpotigen)

Vlinders of schubvleugeligen zijn een orde van insecten waarvan vele soorten bekend staan om hun bonte kleuren en complexe patronen.

 

RONDLEIDING

1. Klik op de lichtgrijze naambalkjes voor een korte beschrijving.

2. Zet je muisaanwijzer op een plaatje voor extra info.

 

"Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel <insecten,vlinders,groot koolwitje,dagpauwoog,nachtpauwogen,atlas vlinder>; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License. Je mag dit verspreiden, zowel letterlijk als aangepast, zolang je je aan de regels van de GFDL houdt".

 

Filmpje: over het koolwitje, van paring tot vlinder.

 

Wespen

Filmpje: de atlanta vlinder.
 Vlinders of schubvleugeligen zijn een orde van insecten waarvan vele soorten bekend staan om hun bonte kleuren en complexe patronen. Foto: masaki ikeda.

# 1,7

Rups van de pijlstaartvlinder. Foto: Hans Hillewaert.

# 2,5,7

De kleuren en patronen die veel vlinders tot een prachtige verschijning maken, worden veroorzaakt door heel kleine, holle schubben, die dakpansgewijs over elkaar de vleugels en het lichaam bedekken. Foto: Karol Kin.

# 3

Een vlinder heeft een buisvormige roltong die ook wel proboscis wordt genoemd. Met de tong wordt nectar uit de bloem opgezogen, of ander vloeibaar voedsel.

# 4

De pop van de monarchvlinder lijkt op een eikel van de eikeboom. Foto: Curtis Clark.

# 6

De eitjes van de nachtpauwoog worden als een band om een plantenstengel afgezet. Foto: jean-pierre Hamon.

# 5

Nachtpauwoog. De spanwijdte van vlinders uit deze familie ligt meestal tussen de 25 en 150 millimeter, maar de Attacus atlas kan een spanwijdte van 300 millimeter bereiken.

# 7

De Atlasvlinder is een zeer grote Aziatische nachtvlinder. De vlinder heeft een spanwijdte van 25 tot 30 centimeter, waarmee hij wordt beschouwd als de grootste vlinder qua vleugeloppervlakte.

# 7

Dagpauwoog op de bloemen van een laurierkers bij de Belgische plaats Hamois. Foto: Luc Viatour.
Het groot koolwitje komt in grote delen van Europa voor. De vlinder stelt geen specifieke eisen aan zijn leefgebied. Foto: S Sepp.

# 7

1

2

3

#1 - VLINDERS - algemeen
Vlinders zijn een orde van insecten waarvan vele soorten bekend staan om hun bonte kleuren- en patronen. Vlinders vormen de grootste insectenorde na de ordes kevers, vliegen en muggen, en vliesvleugeligen. Er zijn tegenwoordig ongeveer 160.000 verschillende soorten vlinders beschreven. Ze worden volgens de gangbare biologische systematiek onderverdeeld in achtereenvolgens families, geslachten en soorten. De belangrijkste onderscheidende kenmerken zijn het kleurpatroon en de vleugel-adering, maar ook de larven(rupsen) van veel soorten zijn goed te onderscheiden. Er wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen dag- en nachtvlinders. Dit wordt in het geheel niet door de wetenschappelijke indeling ondersteund, maar is algemeen ingeburgerd. Zo zijn er schemeractieve dagvlinders en dagactieve nachtvlinders. Wel is het zo, dat bepaalde families in het algemeen als nachtvlinders worden beschouwd en andere families als dagvlinders. Het onderscheid is voornamelijk gebaseerd op uiterlijke kenmerken. Dagvlinders hebben o.a. over het algemeen felle kleuren, hoewel veel soorten deze alleen aan de boven-(binnen-)kant van de vleugels hebben. Een voorbeeld is de dagpauwoog, die schutkleuren aan de buitenzijde heeft in rust, maar zijn felgekleurde ocelli(oogvlekken) toont bij verstoring. Nachtvlinders hebben o.a. over het algemeen camouflagekleuren, maar dit geldt niet voor alle soorten, zoals de dagactieve nachtvlinders. De meeste soorten hebben wel degelijk felle kleuren, maar laten deze alleen zien bij verstoring.
#2 - VLINDERS - aanpassingen
Vlinders zijn een belangrijke schakel in de natuur, niet alleen werken de rupsen enorme hoeveelheden planten weg maar ook vormen zij een belangrijke voedselbron voor veel andere dieren. Ook spelen vlinders een rol in de bestuiving van planten, sommige plantensoorten bloeien 's nachts om o.a. nachtvlinders te lokken. Er zijn zowel soorten met een groot aanpassingsvermogen die een grote variëteit van biotopen kunnen overleven, als zeer gespecialiseerde vlinders die zich bij de geringste veranderingen niet meer kunnen handhaven. De favoriete leefomgeving is voor iedere soortgebonden, er zijn vlinders die zich hebben aangepast op bossen, heidevelden, graslanden, moerassen en meer duinachtige gebieden. Waar de vlinder voorkomt, hangt nauw samen met de favoriete plant van de rupsen, maar er zijn ook wel uitgesproken trekkende soorten. Daarnaast zijn ook lichtintensiteit, temperatuur en luchtvochtigheid van grote invloed op de overlevingskansen van de soort. Vooral de warmtebehoefte verschilt per soort; voor de meeste soorten ligt de ideale temperatuur tussen 20 en 25 graden Celsius. Zoals alle insecten zijn vlinders sneller als ze door de zon zijn opgewarmd. Ook hebben vlinders een biologische klok die hen vertelt welk seizoen het is. De vlinder vertoont de meeste algemene kenmerken van het insect. Een vlinder heeft echter geen kaken, althans die zijn bij de nectardrinkende soorten omgevormd tot een lange roltong.
#3 - VLINDERS - vleugels/kleur
De vleugels van een vlinder zijn over het algemeen zeer groot, vergeleken met andere insectensoorten. De afmetingen variëren van enkele millimeters tot wel 30 cm, zoals bij de atlasvlinder, een Aziatische nachtvlinder. Deze grote soorten lijken in vlucht eerder op een vleermuis dan op een vlinder. Soms zijn de vleugels behaard; het lichaam vertoont verschillende behaarde delen. Beharing heeft niet alleen een isolerende functie, maar maakt nachtvlinders ook minder 'zichtbaar' voor de echolocatie van vleermuizen. De beharing absorbeert het geluid waardoor de vlinder moeilijker te lokaliseren is. De glasvlinders, waartoe de wespvlinders behoren, hebben juist deels doorzichtige vleugels. De kleuren en patronen die veel vlinders tot een prachtige verschijning maken, worden veroorzaakt door heel kleine, holle schubben, die dakpansgewijs over elkaar de vleugels en het lichaam bedekken. Het pigment in die schubben geeft de vlinder zijn kleur. Soms creëert de manier waarop de schubben gerangschikt zijn, in combinatie met de lichtinval en lichtbreking, een prachtige metaalglans. Binnen een soort zijn vaak vele kleurvariaties te vinden. De beide seksen zijn in de meeste gevallen onderling verschillend van kleur en tekening, soms is bij het vrouwtje de vleugel gedegenereerd of zelfs ontbrekend, waardoor die niet kan vliegen. Een bijzondere variant is de laterale gynandromorfie, wanneer een vlinder een vleugel met het mannelijke en een met het vrouwelijke kleurpatroon heeft.
#4 - VLINDERS - roltong/geslacht
Een vlinder heeft een buisvormige roltong die ook wel proboscis wordt genoemd. Met de tong wordt nectar uit de bloem opgezogen, of ander vloeibaar voedsel, zoals sap van zacht rottend fruit, urine, mest of vocht van dode dieren. De lengte van de tong varieert van 1 centimeter tot wel 15 centimeter bij de Windepijlstaart. Uitzonderingen zijn enkele nachtvlinderfamilies zoals de nachtpauwogigen. Deze hebben helemaal geen tong en nemen als vlinder geen voedsel meer op. Ze halen hun energie uit de als rups opgebouwde reserves en leven meestal slechts een paar dagen. Er zijn enkele soorten vlinders die de tong hebben omgevormd tot steeksnuit; deze leven van bloed van andere dieren, al is niet bekend of ze dit alleen doen voor de ontwikkeling van de eitjes (zoals vrouwelijke muggen), of dat ze enkel en alleen van bloed leven. Het achterlichaam telt 10 segmenten met op elk segment aan beide zijden een ademopening. De laatste segmenten vormen de geslachtsorganen, een belangrijk identificatiekenmerk voor alle insecten maar zeker bij vlinders. Bij de mannetjes vormen de laatste 2 segmenten uitwendige organen, bij de vrouwtjes vormen de laatste 3 segmenten een soort inwendige legbuizen. Het onbevruchte vrouwtje scheidt een lokstof (feromoon) af om mannetjes aan te trekken.
#5 - VLINDERS - ei/rups
Vlinders kennen, net zoals kevers en vliegen en muggen, een volledige gedaanteverwisseling. Er zijn vier stadia, bestaande uit twee actieve en twee inactieve stadia die elkaar afwisselen. Het eerste stadium is het ei, daaruit kruipt de larve die na een tijdje verandert in een pop. Uit de pop komt ten slotte de volwassen vlinder, die bij veel soorten een levensduur heeft die slechts een fractie is van het larvale stadium. Bovendien verandert een vlinder niet meer, de rups groeit ongeveer 20 keer zo lang en wordt duizenden keren zwaarder. De rups vervelt bovendien, de verschillende stadia zien er vaak iets anders uit. Bij de laatste vervelling wordt de huid hard, en vindt verpopping plaats. Na enige tijd in de pop te hebben gezeten - de duur verschilt sterk per soort - kruipt de volwassen vlinder uit zijn pop, laat zijn vleugels oppompen en vliegt weg. De manier waarop een ei en een larve zich ontwikkelt in een volledig ontwikkeld insect noemt men metamorfose, in het geval van vlinders een volledige gedaanteverwisseling. Andere insecten als sprinkhanen en wantsen hebben geen larvestadium en kennen een onvolledige gedaanteverwisseling.
#6 - VLINDERS - rups/pop
Als de rups het ei heeft opgegeten, begint hij direct met het eten van planten, veel soorten eten liefst jonge, frisse blaadjes. Vrijwel alle vlinders eten als rups planten, maar sommige soorten leven van dood dierlijk materiaal. Enkele soorten vangen zelfs slakjes of andere dieren die ze vervolgens opeten, soms door met hun spinsel te vangen, en zijn carnivoor. Een voorbeeld is het geslacht Eupithecia, dat onder andere voorkomt op Hawaï. Deze rupsen hebben grote pseudopoten aan de achterzijde om zich op te richten en grote poten aan de voorzijde om prooien te grijpen. De meeste vlinders hebben een waardplant, een plantsensoort of groep planten waarvan de rups afhankelijk is; andere soorten lust hij niet. Koolwitjes bijvoorbeeld leven van verschillende kruisbloemigen, maar de Sint-Jakobsvlinder eet alleen soorten uit het geslacht kruiskruid (Senecio). Naast specifiek voedsel is de ontwikkeling van de rups afhankelijk van de omgevingstemperatuur, deze mag niet te laag maar zeker niet te hoog zijn en verschilt per groep. Een rups vervelt in de regel 5 of 6 keer, soms nog meer, en de perioden tussen de vervellingen worden instars genoemd.
#7 - VLINDERS - pop/vlinder
Als de rups zich heeft volgevreten vindt de verpopping plaats. De rups spint meestal een cocon om zich heen, kruipt uit zijn laatste rupsenhuid waarna de pophuid overblijft. De pop hangt aan een draad, uiteinde of haakjes op een beschut plekje, en de metamorfose voltrekt zich binnen in de pop, en is niet zichtbaar. De pop wordt niet meteen een vlinder, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de libellen, die een soort verkort popstadium hebben, de libel kruipt echter binnen enkele minuten uit zijn larvehuid. De pop van vlinders kan zich niet bewegen en is dus kwetsbaar, daarom lijken de poppen van vlinders vaak op takjes, dode bladeren of doorns. Zelfs bij soorten die als rups en vlinder felle kleuren hebben is de pop vaak zo onopvallend mogelijk gekleurd of gevormd. De zakrupsvlinders maken als rups een soort huisje van plantendelen en ander materiaal, en verpoppen hierin. Bij vlinders kan het popstadium acht dagen duren, maar soms ook wel vier jaar. Als de pop uiteindelijk openbarst (langs een voorgevormde breuklijn) komt er een vlinder uit, aanvankelijk week en met nog opgevouwen, verfrommelde vleugels. Dan worden de vleugels hard, door ze voorzichtig te bewegen, dit wordt oppompen genoemd. Pas daarna vliegt de vlinder de wereld in.

Zoek in Wikipedia